Wat vind je van het idee dat werk zoiets is als een dagopvang voor volwassenen? Het houdt je de hele dag van de straat en vooruit, je krijgt er voor betaald. Je doet per slot van rekening toch iets nuttigs voor de samenleving. (Een idee van vriendin M...).
En als je dat idee nou eens verder doortrekt? Je richt een crèche op voor volwassenen. Wanneer je je vriendje of vriendinnetje even zat bent: een dagje crèche! Een directeur ziet een van zijn collega's gestressed rondlopen en zegt: 'Weet je wat we met jou doen? Je gaat een dagje naar de crèche!'
Eén dag vantevoren krijg je een liga en een lekkende melkbeker toegestuurd. Die moet je meenemen. Op het parkeerterrein staan fietsen. Je mag achterop zitten, want er is een rugsteun en er zijn voetstepjes aan bevestigd. Je hoeft de hele dag niks te doen, waar je geen zin in hebt. Als je wilt knippen en plakken, dan kan dat. Wil je liever verkleed als prinses op de glijbaan? Dat is mogelijk! Stift op je handen en kleren? Geeft niks! Klei, papier, potloden, een verkleedhoek en zandbak. Er is materiaal en er zijn speeltoestellen genoeg! Maar als je iemand van zijn skelter trekt, omdat jij erop wilt, dan komt de juf erbij. We gaan wel gewoon normaal met elkaar om, hè?!
donderdag 11 november 2010
zondag 7 november 2010
Verdwaalangst
Iedereen heeft zijn sterke en zwakke kanten. Plus- en minpunten. Talenten en minder ontwikkelde competenties. Dat maakt helemaal niets uit. Maar er zijn van die ontwikkelpunten die je het leven knap lastig kunnen maken. Mijn manco is: verdwaalangst! Deze angst zit niet tussen mijn oren - was het maar zo - maar is reëel. Het is een wonder dat ik niet verdwaald ben in het geboortekanaal! (Hoewel, ik lag de laatste maanden steeds verkeerd om, dus misschien is het toen wel begonnen.)
Als kind verdwaalde ik in kerken (blinde paniek), op de middelbare school kon ik het lokaal niet vinden (blinde paniek) en als student ben ik een paar keer bijna te laat bij een tentamen aangekomen (blinde paniek). Bij sollicitaties ben ik niet gestressed voor het gesprek, maar voor de vreemde locatie die ik op tijd moet zien te vinden. Tegenwoordig bouw ik dus altijd een half uur 'verdwaaltijd' in.
Nu heb ik in mijn leven mensen om mij heen verzameld die wel een heel goed oriëntatievermogen hebben. Aan hen klamp ik me dan ook vast. Tijdens vakanties maak ik afspraken:'Als jij de weg onthoudt, dan draag ik de tas'. of 'Als jij nog weet hoe we terug komen, dan zorg ik voor eten.' Wanneer je met mij op vakantie gaat wordt er nogal wat van je gevraagd. Op een camping moet je op de uitkijk staan, zwaaiend met een rood t-shirt, als ik even ga plassen. In een hotel ga ik niet naar de ontbijtzaal zonder dat je meegaat. Mobiele telefoons moeten altijd aan staan en binnen handbereik liggen.
Met mijn auto voor de deur is het leven er niet gemakkelijker op geworden. Men verwacht van mij dat ik vrolijk in de Tomaat stap en even naar Amsterdam rijd, of naar een andere onvindbare plek in Nederland. 'Maar je hebt toch een TomTom?' Ja, maar die zegt ook onbegrijpelijke dingen als: 'Neem toerit vooruit.' Wàt? Nou, en voordat je dat begrepen hebt, zit je alweer op de verkeerde weg! (Met dat soort vage aanwijzingen heb ik trouwens ook nogal wat langlaufloipes vernaggeld).
Ook op dit moment zit ik met zwetende handen, omdat ik straks naar een vriendinnetje ga dat jarig is. Ergens in het midden van het land. Dan kan ik meteen oefenen voor mijn trip naar een vergadering morgenochtend... Dat wordt vroeg opstaan. Héél vroeg!
Als kind verdwaalde ik in kerken (blinde paniek), op de middelbare school kon ik het lokaal niet vinden (blinde paniek) en als student ben ik een paar keer bijna te laat bij een tentamen aangekomen (blinde paniek). Bij sollicitaties ben ik niet gestressed voor het gesprek, maar voor de vreemde locatie die ik op tijd moet zien te vinden. Tegenwoordig bouw ik dus altijd een half uur 'verdwaaltijd' in.
Nu heb ik in mijn leven mensen om mij heen verzameld die wel een heel goed oriëntatievermogen hebben. Aan hen klamp ik me dan ook vast. Tijdens vakanties maak ik afspraken:'Als jij de weg onthoudt, dan draag ik de tas'. of 'Als jij nog weet hoe we terug komen, dan zorg ik voor eten.' Wanneer je met mij op vakantie gaat wordt er nogal wat van je gevraagd. Op een camping moet je op de uitkijk staan, zwaaiend met een rood t-shirt, als ik even ga plassen. In een hotel ga ik niet naar de ontbijtzaal zonder dat je meegaat. Mobiele telefoons moeten altijd aan staan en binnen handbereik liggen.
Met mijn auto voor de deur is het leven er niet gemakkelijker op geworden. Men verwacht van mij dat ik vrolijk in de Tomaat stap en even naar Amsterdam rijd, of naar een andere onvindbare plek in Nederland. 'Maar je hebt toch een TomTom?' Ja, maar die zegt ook onbegrijpelijke dingen als: 'Neem toerit vooruit.' Wàt? Nou, en voordat je dat begrepen hebt, zit je alweer op de verkeerde weg! (Met dat soort vage aanwijzingen heb ik trouwens ook nogal wat langlaufloipes vernaggeld).
Ook op dit moment zit ik met zwetende handen, omdat ik straks naar een vriendinnetje ga dat jarig is. Ergens in het midden van het land. Dan kan ik meteen oefenen voor mijn trip naar een vergadering morgenochtend... Dat wordt vroeg opstaan. Héél vroeg!
maandag 1 november 2010
I.M. Mulisch
Het nieuws dat Harry Mulisch gisteren is overleden heeft geloof ik wel elke Nederlander bereikt. Een man, waar de arrogantie volgens velen vanaf droop. Maar ook zelfspot maakte deel uit van zijn persoonlijkheid.
Natuurlijk werd Harry Mulisch al op de middelbare school behandeld. Later ook tijdens mijn studie en nog iets - maar niet veel - later heb ik zelf een les over de inmiddels gestorven Grote Drie na-oorlogse schrijvers Mulisch, Reve en Hermans gegeven.
Als letterkundige voel ik me genoodzaakt om iets over deze schrijver te vertellen. Niets hoogdravends, maar gewoon een herinnering.
Mijn eerste kennismaking met Mulisch was de volgende zin: Ik ben de Tweede Wereldoorlog. Fascinerend! Voor de weinigen die niet weten wat de oorsprong van deze uitspraak is: Harry was een nakomeling van een Oostenrijks-Hongaarse vader - die in Nederland bankier werd van joodse tegoeden - en van een Duits-joodse moeder.
Voor onze boekenlijst moesten we een boek lezen uit verschillende periodes: de Middeleeuwen, Renaissance, Tachtigers etc.. Omdat ik mijn lijst volledig had gebaseerd op Indische Letteren vond ik de rest bijzaak. Voor het gemak en als opvulling zette ik De Aanslag ook op mijn lijst. Maar ik weigerde het boek te lezen, of zelfs ook maar de film te kijken. Ik zat gebakken met mijn wel doordachte boekenserie over het oude Indië. Een uitdaging voor een docente Nederlands! Dan ga je geen vragen stellen over afgezaagde literatuur als Gijsbrecht van Aemstel, De Aanslag en Karakter. Die boeken hadden namelijk ook alle leerlingen, die níet geïnteresseerd waren in literatuur op hun lijst staan. Dat was voor mij eigenlijk te min. Dat zou mijn lerares toch ook wel inzien...
Mijn vriendin S. was als eerste aan de beurt voor het mondeling examen. Ze belde me direct toen ze thuis was en vertelde uitgebreid hoe het eraan toe was gegaan. Mulisch was kort besproken. Licht nerveus betrad ik het klaslokaal. Ik ging nog steeds uit van mijn eigen plan. Helaas had ik mijn lerares te hoog ingeschat. Ze begon met het voorlezen van een stukje tekst. 'Uit welk boek komt dit fragment?' Mijn hersenen kraakte als een bezetene. Opeens herkende ik iets van wat vriendin S. had genoemd. Zij had pas door over welk boek het ging toen het woord 'gevangenis' viel. Ik was gered! Zonder die kennis was ik afgegaan als een gieter. Mijn hele reputatie van aanstaande studente Nederlands zou naar de galemiezen zijn geholpen!
Om op je 19e al zo'n arrogante kijk te hebben op literatuur is misschien wat vroeg. Ik heb dus één belangrijk ding van de leermeester goed onthouden: hoogmoed komt voor de val... Eén van de redenen dat ik me daarna gestort heb op de prachtwerken van Mulisch en bij elke nieuwe uitgave zat te azen op de 1e druk.
Dank vriendin, voor het redden van mijn reputatie.
Dank Harry, voor het verrijken van mijn kennis, inzicht en boekenkast!
Natuurlijk werd Harry Mulisch al op de middelbare school behandeld. Later ook tijdens mijn studie en nog iets - maar niet veel - later heb ik zelf een les over de inmiddels gestorven Grote Drie na-oorlogse schrijvers Mulisch, Reve en Hermans gegeven.
Als letterkundige voel ik me genoodzaakt om iets over deze schrijver te vertellen. Niets hoogdravends, maar gewoon een herinnering.
Mijn eerste kennismaking met Mulisch was de volgende zin: Ik ben de Tweede Wereldoorlog. Fascinerend! Voor de weinigen die niet weten wat de oorsprong van deze uitspraak is: Harry was een nakomeling van een Oostenrijks-Hongaarse vader - die in Nederland bankier werd van joodse tegoeden - en van een Duits-joodse moeder.
Voor onze boekenlijst moesten we een boek lezen uit verschillende periodes: de Middeleeuwen, Renaissance, Tachtigers etc.. Omdat ik mijn lijst volledig had gebaseerd op Indische Letteren vond ik de rest bijzaak. Voor het gemak en als opvulling zette ik De Aanslag ook op mijn lijst. Maar ik weigerde het boek te lezen, of zelfs ook maar de film te kijken. Ik zat gebakken met mijn wel doordachte boekenserie over het oude Indië. Een uitdaging voor een docente Nederlands! Dan ga je geen vragen stellen over afgezaagde literatuur als Gijsbrecht van Aemstel, De Aanslag en Karakter. Die boeken hadden namelijk ook alle leerlingen, die níet geïnteresseerd waren in literatuur op hun lijst staan. Dat was voor mij eigenlijk te min. Dat zou mijn lerares toch ook wel inzien...
Mijn vriendin S. was als eerste aan de beurt voor het mondeling examen. Ze belde me direct toen ze thuis was en vertelde uitgebreid hoe het eraan toe was gegaan. Mulisch was kort besproken. Licht nerveus betrad ik het klaslokaal. Ik ging nog steeds uit van mijn eigen plan. Helaas had ik mijn lerares te hoog ingeschat. Ze begon met het voorlezen van een stukje tekst. 'Uit welk boek komt dit fragment?' Mijn hersenen kraakte als een bezetene. Opeens herkende ik iets van wat vriendin S. had genoemd. Zij had pas door over welk boek het ging toen het woord 'gevangenis' viel. Ik was gered! Zonder die kennis was ik afgegaan als een gieter. Mijn hele reputatie van aanstaande studente Nederlands zou naar de galemiezen zijn geholpen!
Om op je 19e al zo'n arrogante kijk te hebben op literatuur is misschien wat vroeg. Ik heb dus één belangrijk ding van de leermeester goed onthouden: hoogmoed komt voor de val... Eén van de redenen dat ik me daarna gestort heb op de prachtwerken van Mulisch en bij elke nieuwe uitgave zat te azen op de 1e druk.
Dank vriendin, voor het redden van mijn reputatie.
Dank Harry, voor het verrijken van mijn kennis, inzicht en boekenkast!
Abonneren op:
Posts (Atom)