Wanneer je 29 bent, kun je in de kroeg dat 'negenen' nog een beetje verdoezelen. 'Hoe oud ben je eigenlijk?' 'Oh...mblmompelTWINTIG. En jij?' Dan wil het weleens gebeuren dat je een eerstejaars student aan je broek c.q. jurk hebt hangen. Dat gaat zometeen dus niet meer. Over een week word ik 30. Dertig, thirty, dreissig... Dat klinkt wel erg groot en volwassen, vind je niet? Als je klein bent zijn mensen van 30 mevrouwen en meneren. En in je studententijd begrijp je niet dat die mensen nog in de kroeg hangen. 'Ga lekker thuis zitten! Je bent hier veel te oud voor', dachten wij toen. Onzin natuurlijk! Weten wij nu.
Maar goed. Nu is het zo dat ik er nogal jong uit schijn te zien, dus dat kan voordelig werken. Tot nu toe heb ik er alleen maar nadeel van ondervonden, dus dat wordt dan ook wel tijd.
Ik ben een week te laat geboren. Toch dachten de artsen dat ik prematuur was. Op de verjaardag van mijn oppaskind (zes jaar jonger) werd ik aangezien voor haar klasgenootje. Als enige van onze vriendengroep was ik 18. En alleen ik moest mijn identiteitsbewijs laten zien bij het binnengaan van een cafe. Een paar maanden geleden moest ik bij het kopen van een fles wijn bewijzen dat ik ouder ben dan 16. Nou vraag ik je?! Maar het toppunt vond een paar weken geleden plaats. Ik werd gebeld door een enquetebureau. De dame aan de andere kant van de lijn vroeg of mijn vader of moeder ook thuis was. Wat?! Dat ging me te ver. Ik heb deze vrouwspersoon (waarschijnlijk zelf amper 16) verteld dat ze mij onmiddellijk uit het systeem moest halen en het nooit meer in haar hoofd hoefde te halen mij nog eens te bellen. Moest ze nog lachen ook...
Ik weet dat de hele wereld krampachtig zijn of haar best doet om jeugdig over te komen. Allemaal leuk en aardig, maar voorlopig ben ik nog even in afwachting van de voordelen.
zondag 28 februari 2010
woensdag 24 februari 2010
Droom
Wat een nacht! Eerst heb ik Sven uit de put proberen te praten. Dat ging redelijk goed en het werd zelfs gezellig. Maar op het moment dat ik hem een zoen op zijn mond wilde geven hield hij me af. Hij liet mij een vrolijke kaart zien waarop stond dat hij - en ik heb hier een scoop - zich net verloofd had met zijn vriendin. Vervolgens was ik medeplichtig aan diefstal van een partij dvd's bij Albert Heijn. Jet Bussemaker had het allemaal verzonnen, niet ik! Op het moment dat ik het idee had dat we gesnapt werden, zei ik tegen haar:'We kunnen onszelf beter nu aangeven. U bent tóch al ontslagen!' Daarna kwam ik mijn ex nog tegen met wie ik tot half 10 's ochtends uit ging. Allemaal heel vermoeiend dus. Deze droom.
Terug naar Sven Kramer... Erg, hè? Ik was geschokt toen ik zag dat hij de verkeerde bocht nam en ik kon wel janken toen de scheidsrechters bij elkaar kwamen. Dit ging helemaal mis! Zijn droom in duigen, terwijl de gouden medaille voor het grijpen lag. Kemkers is een oen!
Sportcommentatoren zijn ook zo loeihard. Daar zit je op dat moment nou net even niet op te wachten. 'En gaat u nou niet zeggen dat Seung-Hoon Lee het goud heeft gestolen, want dat is niet zo. Hij heeft het verdiend.' Maar het voelt toch alsof hij over de rug van Kramer heeft gewonnen? 'Zo gaat het de boeken in.' En: 'Topsport heeft een wrede kant. Dit is er zo een.'
Wreed ja...dat is het. Boosheid, wanhoop, teleurstelling en ongeloof straalde van Kramers kop af. Wat een rotnacht moet hij gehad hebben.
Had ik Sven vannacht maar die zoen mogen geven. Dan voelde hij zich nu vast een stuk beter!
Terug naar Sven Kramer... Erg, hè? Ik was geschokt toen ik zag dat hij de verkeerde bocht nam en ik kon wel janken toen de scheidsrechters bij elkaar kwamen. Dit ging helemaal mis! Zijn droom in duigen, terwijl de gouden medaille voor het grijpen lag. Kemkers is een oen!
Sportcommentatoren zijn ook zo loeihard. Daar zit je op dat moment nou net even niet op te wachten. 'En gaat u nou niet zeggen dat Seung-Hoon Lee het goud heeft gestolen, want dat is niet zo. Hij heeft het verdiend.' Maar het voelt toch alsof hij over de rug van Kramer heeft gewonnen? 'Zo gaat het de boeken in.' En: 'Topsport heeft een wrede kant. Dit is er zo een.'
Wreed ja...dat is het. Boosheid, wanhoop, teleurstelling en ongeloof straalde van Kramers kop af. Wat een rotnacht moet hij gehad hebben.
Had ik Sven vannacht maar die zoen mogen geven. Dan voelde hij zich nu vast een stuk beter!
maandag 22 februari 2010
Saai
Ik heb werkelijk niets meegemaakt het afgelopen weekend. Vanwege een zere enkel kon ik niet tennissen. Nu begon die wedstrijd op zondagochtend om half tien in Alkemade (ik weet eigenlijk niet eens waar dat ligt) en het regende, dus dat was dan ook weer niet zo heel erg. Maar een heel weekend niets doen is wel erg weinig en levert weinig inspiratie op. De vraag is of je daar dan wel over moet schrijven. Misschien heb je het zelf ook wel ooit meegemaakt, maar voor de zekerheid zal ik je toch nog even uitleggen hoe saai niks is: te lang - dat kan dus - uitslapen, omdat je niets beters te doen hebt; niet naar buiten willen en op het moment dat je alle moed verzameld hebt, blijkt het opeens te regenen; zo lang op de bank hangen dat je er kramp van in je tenen krijgt (echt!); geen zin hebben in een leuke film - want al drie keer gezien - en ook niet in een stomme - want, spreekt voor zich; uitkijken naar het avondeten, koken is immers weer een activiteit; oude kranten van voor de kerst lezen; op internet op zoek naar een verre vakantie waar je of geen tijd voor hebt of die je niet kunt betalen; lamlendig zijn van het uitslapen, dus op tijd naar bed, maar nu niet meer kunnen slapen, zodat je op maandag toch nog gapend achter je bureau zit. De hele dag hoop je dat iemand belt om nog iets te gaan doen, maar dat gebeurt niet. De tijd kruipt voorbij. Op een gegeven moment ben je zo duf dat je zelf ook geen zin meer hebt om met iemand af te spreken. Kortom: om te brullen!
Oke, om eerlijk te zijn ging het niet om een heel weekend, maar alleen om zondag. Maar het voelde echt heel erg lang!
Niks voor mij...niks doen.
Oke, om eerlijk te zijn ging het niet om een heel weekend, maar alleen om zondag. Maar het voelde echt heel erg lang!
Niks voor mij...niks doen.
donderdag 18 februari 2010
Spoeddebat
Spannend, het derde deel van het spoeddebat gaat zo van start. Eerst een hapje gegegeten, daarna snel naar de Tweede Kamer. Stoer hoor, daar sta je dan.
'Kom, laten we aan de perstafeltjes gaan zitten'.
Trapje af...
Als een flits gaat het debat aan mij voorbij.
Door de microfoon klinkt: 'EHBO...wil de EHBO naar de tribune komen.'
('Neeee!')
'Gaat het, jonge dame?'
'Ja hoor...' (Auw!)
'Dat trapje is ook heel ongelukkig, hoor!'
Hoe genant wil je het hebben?! Nou ja, los van een gekneuste bil en een zere enkel is er niks aan de hand.
Tot nu toe is het kabinet nog niet gevallen. Ik was het alleen maar.
'Kom, laten we aan de perstafeltjes gaan zitten'.
Trapje af...
Als een flits gaat het debat aan mij voorbij.
Door de microfoon klinkt: 'EHBO...wil de EHBO naar de tribune komen.'
('Neeee!')
'Gaat het, jonge dame?'
'Ja hoor...' (Auw!)
'Dat trapje is ook heel ongelukkig, hoor!'
Hoe genant wil je het hebben?! Nou ja, los van een gekneuste bil en een zere enkel is er niks aan de hand.
Tot nu toe is het kabinet nog niet gevallen. Ik was het alleen maar.
woensdag 17 februari 2010
Vies
In mijn studentenkamer was het altijd een grote gezellige boel. Alles kon en alles mocht op mijn kamer. Tenminste, dat dacht iedereen altijd, omdat het er zo'n bende was. De inhoud van mijn kledingkast lag op een stoel en deels op de grond, afwas stond in de wasbak (de keuken was vol), glazen op de vloer, wijnvlekken op de kussens, omdat mijn tafeltje altijd in elkaar stortte, studieboeken verspreid over de grond, want mijn conmputer uit 1876 nam mijn bureau in beslag. Zoiets. Voor de stofzuiger had ik een nieuwe plek gevonden. Die heeft een half jaar op de gang gestaan, omdat ik er een grote spin mee op had gezogen. Mijn huisgenootje vertelde dat die er of weer uit zou kruipen, of een nestje ging maken. Mooi niet in mijn geweldige kamer!
Wanneer ik vroeger mijn kamer op moest ruimen had ik daar meestal ook niet al te veel zin in. Mijn moeder dreigde alle troep in een vuilniszak te stoppen. Gelukkig heb ik twee zussen. Terwijl zij opruimden, kon ik lekker een boek lezen. He, gezellig, opruimen!
De ommekeer kwam een paar jaar geleden. Mijn vriendje, waar ik de meeste tijd doorbracht, was nog veel slordiger dan ik. Dat is mijn mening althans... Als hij weg was, waste is stiekem af. Dat had hij niet alleen door vanwege het lege aanrecht, maar ook omdat de pannen volgens hem nog een beetje vies waren, of vanwege de aanslag op de badkamervloer (iets te agressief schoonmaakmiddel). Ondertussen was het in mijn eigen kleine huisje nog een grote zooi. Dat zag ik wel, maar zin om op te ruimen had ik niet. Ik was er toch nooit.
Toen ik een paar maanden geleden weer alleen ging wonen wilde ik alles anders. Een lieve vriendin en vriend klonk dit als muziek in de oren. Ze hobbelde achter ze aan in de Ikea. Samen gingen ze de Gamma in, terwijl ik klem zat in de achterbak van de auto. Witte kasten, witte bank, witte tafel, witte verf. En veel vuilniszakken. Ze hebben gezwoegd, terwijl ik broodjes smeerde en schroeven verkeerdom in de kastjes schroefde en dus verzocht werd om maar thee te gaan zetten, ofzoiets. Nu zit ik hier in mijn eigen witte paradijs. Elke dag doe ik de afwas, drink alleen nog maar witte wijn en poets me een ongeluk. Ik denk dat ik smetvrees heb...
Wanneer ik vroeger mijn kamer op moest ruimen had ik daar meestal ook niet al te veel zin in. Mijn moeder dreigde alle troep in een vuilniszak te stoppen. Gelukkig heb ik twee zussen. Terwijl zij opruimden, kon ik lekker een boek lezen. He, gezellig, opruimen!
De ommekeer kwam een paar jaar geleden. Mijn vriendje, waar ik de meeste tijd doorbracht, was nog veel slordiger dan ik. Dat is mijn mening althans... Als hij weg was, waste is stiekem af. Dat had hij niet alleen door vanwege het lege aanrecht, maar ook omdat de pannen volgens hem nog een beetje vies waren, of vanwege de aanslag op de badkamervloer (iets te agressief schoonmaakmiddel). Ondertussen was het in mijn eigen kleine huisje nog een grote zooi. Dat zag ik wel, maar zin om op te ruimen had ik niet. Ik was er toch nooit.
Toen ik een paar maanden geleden weer alleen ging wonen wilde ik alles anders. Een lieve vriendin en vriend klonk dit als muziek in de oren. Ze hobbelde achter ze aan in de Ikea. Samen gingen ze de Gamma in, terwijl ik klem zat in de achterbak van de auto. Witte kasten, witte bank, witte tafel, witte verf. En veel vuilniszakken. Ze hebben gezwoegd, terwijl ik broodjes smeerde en schroeven verkeerdom in de kastjes schroefde en dus verzocht werd om maar thee te gaan zetten, ofzoiets. Nu zit ik hier in mijn eigen witte paradijs. Elke dag doe ik de afwas, drink alleen nog maar witte wijn en poets me een ongeluk. Ik denk dat ik smetvrees heb...
zondag 14 februari 2010
Valentijn
Overal zie ik hartjes en rozen en op elke radiozender hoor ik liefdesliedjes. Het is Valentijnsdag. Dit doet mij denken aan 14 februari 1991. Toen ik thuis kwam van school lag er een envelop voor mij klaar met daarin een enorme valentijnskaart. Van mijn vriendje Kees. Drie jaar lang hadden we verkering. We zagen elkaar een paar keer per jaar op elkaars verjaardag of in de vakanties. En als we elkaar dan zagen durfden we niets tegen elkaar te zeggen. Gelukkig was mijn vriendinnetje - zijn nichtje - er altijd bij, zodat de sfeer niet al te ongemakelijk werd. Naast Kees veroorloofde ik me ook nog andere vriendjes met wie ik elke dag op het schoolplein kon spelen. Keesje woonde immers in een andere plaats. In die tijd was dat wel gebruikelijk. Vriendje Frank van het schoolplein bijvoorbeeld had ook weer verkering met mijn vriendin. Voor het gemak schreef hij vaak één brief, bestemd voor ons allebei.
Op mijn 13e ontving ik weer een brief van Kees. Zo hielden we namelijk contact. Deze brief had een andere inhoud. Hij legde uit dat hij op vakantie een ander meisje had ontmoet en dat hij zich nu genoodzaakt voelde het met mij uit te maken. Ik zag het probleem niet zo in, maar ik vond het wel heel erg dat hij mij dumpte, in plaats van ik hem. Toen heb ik hem, heel gemeen, teruggeschreven dat ik niet eens wist dat het überhaupt nog aan was. Dat is niet aardig en ik heb hiermee dan ook elk greintje respect en contact dat we nog zouden kunnen hebben verpest.
Sindsdien heb ik heel netjes steeds maar één vriendje tegelijk gehad, maar vriendschap sluiten met een ex is me nog nooit gelukt...
Op mijn 13e ontving ik weer een brief van Kees. Zo hielden we namelijk contact. Deze brief had een andere inhoud. Hij legde uit dat hij op vakantie een ander meisje had ontmoet en dat hij zich nu genoodzaakt voelde het met mij uit te maken. Ik zag het probleem niet zo in, maar ik vond het wel heel erg dat hij mij dumpte, in plaats van ik hem. Toen heb ik hem, heel gemeen, teruggeschreven dat ik niet eens wist dat het überhaupt nog aan was. Dat is niet aardig en ik heb hiermee dan ook elk greintje respect en contact dat we nog zouden kunnen hebben verpest.
Sindsdien heb ik heel netjes steeds maar één vriendje tegelijk gehad, maar vriendschap sluiten met een ex is me nog nooit gelukt...
zaterdag 13 februari 2010
Virtuele date
Zaterdagochtend: klein katertje, broodje, eitje, sapje. Heerlijk! Ik doe mijn computer aan en lees even rustig mijn e-mails door. Een inbox vol met e-mails van mannen uit het hele land. Ik schrik me rot! Vrolijke, korte, wanhopige, lange, vriendelijke, irritante, boeiende, saaie en - vooral - veel vleiende e-mails. Als experiment heb ik me eergisteren ingeschreven bij een datingsite. Puur uit nieuwsgierigheid. Je hoort er zoveel over en ik was al heel lang zo ontzettend nieuwsgierig naar hoe dat dan werkt! En aangezien ik op het moment even geen vriendje heb, leek me dit het uitgelezen moment om het experiment aan te gaan. Toen ik afgelopen week dus 's avonds alleen thuis zat, niets te doen had en een beetje achter de computer hing, heb ik het gedaan. Ingeschreven!
Aii...al snel werd mijn duidelijk dat dit niets voor mij is. De meeste mensen zijn niet al te fotogeniek, dus iedereen stuurt de meest afthanse en vreemde foto's mee (ik zie ergens nog net een stukje hoofd van een ex), op de meest vreemde plaatsen genomen (ik noem een badkamer, een duistere kroeg). Hoe kun je in hemelsnaam op basis van een foto iemand interessant vinden?! Je valt toch op hoe iemand praat, lacht, beweegt en kijkt? Begrijp me niet verkeerd, ik realiseer me dat internet voor heel veel mensen een geweldige manier is om iemand te ontmoeten. Ik ben er natuurlijk ook met de verkeerde intenties ingestapt. Wanneer je echt op zoek bent naar een man dan word je heel blij van al die reacties. Nieuwsgierigheid is niet de goede basis voor zoiets.
Maar wat moet ik nou met die berichten? Ik zie het zo voor me dat er een man uit Groningen/Utrecht/Zuid-Limburg/Amsterdam/Singapore (!) achter zijn computertje is gekropen op zoek naar een vrouw. Hij leest vervolgens mijn ultrakorte introductieverhaaltje als eerste. (Dat gebeurt wanneer je nieuw bent.) Dan denkt hij:'Oh, echt leuk!' En gaat vervolgens zitten zwoegen op een al dan niet origineel mailtje. En vervolgens reageer ik niet. Ik vind dat een beetje zielig! En misschien ben ik naief en mailen zij zo'n tien vrouwen per avond, ik voel me toch schuldig. Ergens staat ook dat het attent is om iemand te laten weten dat je niet zo heel erg geinteresseerd bent, maar zelfs daar kan ik me niet toe zetten. Er is maar een oplossing: direct uitschrijven. Nu!
Aii...al snel werd mijn duidelijk dat dit niets voor mij is. De meeste mensen zijn niet al te fotogeniek, dus iedereen stuurt de meest afthanse en vreemde foto's mee (ik zie ergens nog net een stukje hoofd van een ex), op de meest vreemde plaatsen genomen (ik noem een badkamer, een duistere kroeg). Hoe kun je in hemelsnaam op basis van een foto iemand interessant vinden?! Je valt toch op hoe iemand praat, lacht, beweegt en kijkt? Begrijp me niet verkeerd, ik realiseer me dat internet voor heel veel mensen een geweldige manier is om iemand te ontmoeten. Ik ben er natuurlijk ook met de verkeerde intenties ingestapt. Wanneer je echt op zoek bent naar een man dan word je heel blij van al die reacties. Nieuwsgierigheid is niet de goede basis voor zoiets.
Maar wat moet ik nou met die berichten? Ik zie het zo voor me dat er een man uit Groningen/Utrecht/Zuid-Limburg/Amsterdam/Singapore (!) achter zijn computertje is gekropen op zoek naar een vrouw. Hij leest vervolgens mijn ultrakorte introductieverhaaltje als eerste. (Dat gebeurt wanneer je nieuw bent.) Dan denkt hij:'Oh, echt leuk!' En gaat vervolgens zitten zwoegen op een al dan niet origineel mailtje. En vervolgens reageer ik niet. Ik vind dat een beetje zielig! En misschien ben ik naief en mailen zij zo'n tien vrouwen per avond, ik voel me toch schuldig. Ergens staat ook dat het attent is om iemand te laten weten dat je niet zo heel erg geinteresseerd bent, maar zelfs daar kan ik me niet toe zetten. Er is maar een oplossing: direct uitschrijven. Nu!
zondag 7 februari 2010
Omelet
Ik vind mezelf op dit moment redelijk briljant! Ik heb zojuist een omelet op z'n Julia Child's gemaakt en hij was perfect! Dat ligt niet aan het recept, maar aan de achterliggende techniek. Het komt door Julie & Julia. Het boek heb ik net uit, de film gisteren gezien. (Het boek was wel vermakelijk, de film niet). Het gaat over een jonge vrouw (ben je nog een meisje als je 29 bent?) die in een jaar alle 524 recepten uit het kookboek De Kunst van het Koken van Julia Child doorploetert. In haar blog houdt ze haar lezers op de hoogte. Omdat ik van eten houd en simpele, doch lekkere recepten, zocht ik vanavond op Youtube de echte Julia Child op en zag hoe zij een ommelet maakte. Het leek me uitermate grappig om dat eens na te doen.
Eerst klop je je eitjes op met een eetlepel water. (Water maakt een ommelet luchtig; dat heb ik van Sylvia Witteman geleerd.) Vervolgens smelt je in een hete pan wat boter. Voordat de boter bruin is gooi je je geklopte eieren in de pan en schuif je de pan als een bezetene heen en weer. Als het goed is (EN BIJ MIJ WAS HET GOED!) dan rolt de omelet zich vanzelf op tot een langwerpige rol. In mijn enthousiasme - ga je gang, noem het maar overmoed! - wierp ik het ding ook nog even in de lucht om deze vervolgens met een soepele beweging op te vangen. Dat deed Julia zelf niet eens! Er viel maar een heel klein stukje op de grond (echt piepklein, dus eigenlijk niet noemenswaardig). Wanneer de ommelet op je bord ligt, strooi je er wat peterselie overheen. Lekker! Wel even in de spiegel kijken voordat je de deur uit gaat. Peterselie heeft nogal de neiging om aan je tanden te plakken...
Eerst klop je je eitjes op met een eetlepel water. (Water maakt een ommelet luchtig; dat heb ik van Sylvia Witteman geleerd.) Vervolgens smelt je in een hete pan wat boter. Voordat de boter bruin is gooi je je geklopte eieren in de pan en schuif je de pan als een bezetene heen en weer. Als het goed is (EN BIJ MIJ WAS HET GOED!) dan rolt de omelet zich vanzelf op tot een langwerpige rol. In mijn enthousiasme - ga je gang, noem het maar overmoed! - wierp ik het ding ook nog even in de lucht om deze vervolgens met een soepele beweging op te vangen. Dat deed Julia zelf niet eens! Er viel maar een heel klein stukje op de grond (echt piepklein, dus eigenlijk niet noemenswaardig). Wanneer de ommelet op je bord ligt, strooi je er wat peterselie overheen. Lekker! Wel even in de spiegel kijken voordat je de deur uit gaat. Peterselie heeft nogal de neiging om aan je tanden te plakken...
Auto (1)
Vanmorgen ben ik voor het eerst met mijn eigen auto naar de tennisclub gereden. Dat vind ik best stoer. 'Nee, ik ga niet met de fiets. Het regent een beetje, ik denk dat ik de auto maar even pak.' (Voor de meesten onder ons is dit misschien niet zo bijzonder meer, maar denk even terug aan je eigen eerste auto). Mijn autootje is er niet zonder slag of stoot gekomen. Vijf jaar geleden heb ik mijn rijbewijs gehaald (dat is een verhaal apart), maar in al die jaren had ik nog nooit alleen gereden. Ik heb sowieso vrij weinig gereden. Ik wist het altijd wel zo te draaien dat dat niet hoefde. 'Het zijn jouw vrienden, dus jij rijdt maar!' of 'Het zijn mijn vrienden, dus ik wil wel een wijntje kunnen drinken'. 'Ik heb iets aan mijn lenzen, geloof ik', 'Ik heb mijn zonnebril niet bij me.' en 'Het is jouw auto, straks gebeurt er iets'. De dreiging dat er iets met zijn auto zou kunnen gebeuren leek mij een goed argument.
Er zijn 3 redenen waarom ik autorijden niet zo geweldig vind:
1) Ik heb een grenzeloos vertrouwen in andermans stuurkunsten, behalve als ik zelf achter het stuur zit. Vandaag reed ik bijvoorbeeld binnen de bebouwde kom. Daar mag je doorgaans 50, dus zo hard reed ik ook. Ik heb de halve weg met een idioot achter me gereden, die zowat in mijn achterbak zat. En toen stak hij ook nog eens zijn middelvinger op! Zulke engerds bestaan dus.
2) Omdat ik een lui oog heb, zie ik geen diepte. Dat vond ik altijd wel een mooi excuus (ook voor het verliezen tijdens tenniswedstrijden doet deze het goed!) Volgens mijn vader onzin, want hij had vroeger een vriend met 1 oog en die reed als de beste. Ja...
3) Parkeren (bijbehorend excuus: geen ruimtelijk inzicht). Fileparkeren is rampzalig. Ik weet nooit welke kant ik het stuur op moet draaien en doe het dus altijd net verkeerd. Met het gevolg dat ik ofwel in iemands huiskamer geparkeerd sta, of midden op de weg. (En dat is dan in de situatie dat er sprake is van 2 lege plekken achter elkaar. Anders begin ik er sowieso niet aan).
Mocht je je afvragen waarom ik in hemelsnaam dan een auto heb gekocht? Dat is een onderdeel van mijn persoonlijke programma Binnen een half jaar Onafhankelijk en Mobiel. En dat gaat best goed!
Er zijn 3 redenen waarom ik autorijden niet zo geweldig vind:
1) Ik heb een grenzeloos vertrouwen in andermans stuurkunsten, behalve als ik zelf achter het stuur zit. Vandaag reed ik bijvoorbeeld binnen de bebouwde kom. Daar mag je doorgaans 50, dus zo hard reed ik ook. Ik heb de halve weg met een idioot achter me gereden, die zowat in mijn achterbak zat. En toen stak hij ook nog eens zijn middelvinger op! Zulke engerds bestaan dus.
2) Omdat ik een lui oog heb, zie ik geen diepte. Dat vond ik altijd wel een mooi excuus (ook voor het verliezen tijdens tenniswedstrijden doet deze het goed!) Volgens mijn vader onzin, want hij had vroeger een vriend met 1 oog en die reed als de beste. Ja...
3) Parkeren (bijbehorend excuus: geen ruimtelijk inzicht). Fileparkeren is rampzalig. Ik weet nooit welke kant ik het stuur op moet draaien en doe het dus altijd net verkeerd. Met het gevolg dat ik ofwel in iemands huiskamer geparkeerd sta, of midden op de weg. (En dat is dan in de situatie dat er sprake is van 2 lege plekken achter elkaar. Anders begin ik er sowieso niet aan).
Mocht je je afvragen waarom ik in hemelsnaam dan een auto heb gekocht? Dat is een onderdeel van mijn persoonlijke programma Binnen een half jaar Onafhankelijk en Mobiel. En dat gaat best goed!
woensdag 3 februari 2010
Boer
Het gaat niet goed met mij... Ik word een wilde, een savant! Hoe langer ik alleen woon, hoe erger het wordt. Wanneer je met een gezin woont, met je vriend(in) of zelfs als je in een studentenhuis, is er vaak wel sprake van enige intrinsieke motivatie om jezelf een béétje te gedragen.
Het begon ongeveer een maand geleden met iets redelijk onschuldigs. Ik betrapte mezelf erop dat ik hardop aan het praten was. 'Zo, even een kopje thee maken en dan lekker tv kijken!' Zeg nou zelf, zoiets doet toch alleen je bejaarde oudtante?! Het kan toch niet goed zijn wanneer een jonge vrouw in de kracht van haar leven zoiets doet! Naast dit wonderlijke feit laat ik thuis nu ook boeren. Harde boeren. Soms ook aan de telefoon; mijn zus haat dat! Nu is het wel zo dat boeren een oude hobby van me is. Mijn vriendin M. en ik waren gevreesde boerenlaters binnen ons dispuut. Vol afgrijzen werden we van een afstandje bekeken, wanneer de andere dames ons al de benodigde halve liter cola weg zagen werken. Die blikken vol walging werkten voor ons alleen maar als aanmoediging. (Achteraf gezien een wonder dat er nog mensen waren die überhaupt een woord met ons wilden wisselen). Maar goed, die studententijd ging voorbij en daar kwam een baan voor in de plaats. Vriendjes vinden een boerende vriendin meestal ook niet zo charmant, dus ik heb me aan weten te passen aan de normen en waarden van de geciviliseerde wereld. Behalve dan vanmorgen...in de trein...vierzits... Ik was lekker van mijn kopje koffie (van 4 euro en 10 cent!!) aan het genieten. Bekertje leeg. Bekertje in de prullenbak. Dat gebeurde allemaal een beetje gedachteloos. En opeens (ik had in eerste instantie niet eens door dat ik het was) BURBS!! De meneer naast me keek me plots onthutst aan, keek weer voor zich en besloot toen op te staan.
Ik schaam me een beetje voor mezelf..!
Het begon ongeveer een maand geleden met iets redelijk onschuldigs. Ik betrapte mezelf erop dat ik hardop aan het praten was. 'Zo, even een kopje thee maken en dan lekker tv kijken!' Zeg nou zelf, zoiets doet toch alleen je bejaarde oudtante?! Het kan toch niet goed zijn wanneer een jonge vrouw in de kracht van haar leven zoiets doet! Naast dit wonderlijke feit laat ik thuis nu ook boeren. Harde boeren. Soms ook aan de telefoon; mijn zus haat dat! Nu is het wel zo dat boeren een oude hobby van me is. Mijn vriendin M. en ik waren gevreesde boerenlaters binnen ons dispuut. Vol afgrijzen werden we van een afstandje bekeken, wanneer de andere dames ons al de benodigde halve liter cola weg zagen werken. Die blikken vol walging werkten voor ons alleen maar als aanmoediging. (Achteraf gezien een wonder dat er nog mensen waren die überhaupt een woord met ons wilden wisselen). Maar goed, die studententijd ging voorbij en daar kwam een baan voor in de plaats. Vriendjes vinden een boerende vriendin meestal ook niet zo charmant, dus ik heb me aan weten te passen aan de normen en waarden van de geciviliseerde wereld. Behalve dan vanmorgen...in de trein...vierzits... Ik was lekker van mijn kopje koffie (van 4 euro en 10 cent!!) aan het genieten. Bekertje leeg. Bekertje in de prullenbak. Dat gebeurde allemaal een beetje gedachteloos. En opeens (ik had in eerste instantie niet eens door dat ik het was) BURBS!! De meneer naast me keek me plots onthutst aan, keek weer voor zich en besloot toen op te staan.
Ik schaam me een beetje voor mezelf..!
dinsdag 2 februari 2010
Ochtendhumeur
Die vijf ochtenden per week... De wekker gaat. Ik schrik wakker. Het licht moet aan... Ik vind dat zo erg! Mijn vader wenste mij vroeger 's ochtends vrolijk goedemorgen en deed de gordijnen in één ruk open (zomer) of deed de lamp aan (winter), terwijl ik nog niet eens echt wakker was. En niet een zacht sfeerlichtje ofzo, nee, bam! de 40 Watt kamerlamp. Grr..! De andere optie was dat mijn ouders de hond naar boven stuurden, die haar kop (dikwijls met kwijl) onder mijn dekbet wroette, op zoek naar mijn gezicht.
Omdat ik dus van slapen houd, heb ik in de loop der jaren een strakke tijdsplanning ontwikkeld. In krap 50 minuten loop ik een standaard programma af...
Toch maar het licht aan. Ik hijs me uit bed en waggel met knakkende botten naar de badkamer. Tanden poetsen tijdens het douchen, aankleden (Is dit schoon?), iets met een borstel en haar, bril op en naar beneden. Tas pakken, sjaal om, jas aan, handschoenen aan, naar buiten. De deur trek ik met een klap dicht. Fiets uit het rek trekken, poort met één arm openmaken (shit, zit nog dicht. Sleutels opgraven, fiets valt bijna om), auw!, trapper tegen scheen. Ik ben uit het hofje. Op de fiets, oversteken - oh pas op, auto, fietsers! Wachten voor het stoplicht (schiet nou o-hooop!) en in de file naar het station. Door de mensenmassa heen worstelend naar de fietsenstalling. Mompel nog 'Goedemorgen' naar de bewaker, maar die zegt niks terug. Dan niet!! Koffie halen (opschieten, mevrouw, ik heb haast!), naar het perron rennen. De trein staat er al, dus bomvol mensen. Staan...warm...een geur van natte hond en ongewassen mensen... Ik denk dat ik over mijn nek ga. Gelukkig, het station in zicht. Met honderd man tegelijk sjokkend naar de uitgang. Miezerige regen en nog steeds stank. Nu van de stad. Het overheidsgebouw in, toegangspas zoeken, in de rij voor het poortje, roltrap op, nog een roltrap op, sleutel pakken. In de gang roep ik 'Môge' met een geforceerde glimlach. Deur open, thee pakken en computer aan. Hè hè, gehaald! De dag kan weer beginnen!
Omdat ik dus van slapen houd, heb ik in de loop der jaren een strakke tijdsplanning ontwikkeld. In krap 50 minuten loop ik een standaard programma af...
Toch maar het licht aan. Ik hijs me uit bed en waggel met knakkende botten naar de badkamer. Tanden poetsen tijdens het douchen, aankleden (Is dit schoon?), iets met een borstel en haar, bril op en naar beneden. Tas pakken, sjaal om, jas aan, handschoenen aan, naar buiten. De deur trek ik met een klap dicht. Fiets uit het rek trekken, poort met één arm openmaken (shit, zit nog dicht. Sleutels opgraven, fiets valt bijna om), auw!, trapper tegen scheen. Ik ben uit het hofje. Op de fiets, oversteken - oh pas op, auto, fietsers! Wachten voor het stoplicht (schiet nou o-hooop!) en in de file naar het station. Door de mensenmassa heen worstelend naar de fietsenstalling. Mompel nog 'Goedemorgen' naar de bewaker, maar die zegt niks terug. Dan niet!! Koffie halen (opschieten, mevrouw, ik heb haast!), naar het perron rennen. De trein staat er al, dus bomvol mensen. Staan...warm...een geur van natte hond en ongewassen mensen... Ik denk dat ik over mijn nek ga. Gelukkig, het station in zicht. Met honderd man tegelijk sjokkend naar de uitgang. Miezerige regen en nog steeds stank. Nu van de stad. Het overheidsgebouw in, toegangspas zoeken, in de rij voor het poortje, roltrap op, nog een roltrap op, sleutel pakken. In de gang roep ik 'Môge' met een geforceerde glimlach. Deur open, thee pakken en computer aan. Hè hè, gehaald! De dag kan weer beginnen!
Abonneren op:
Posts (Atom)