zondag 13 juni 2010

Toeval

Gisterochtend stapte ik om half tien in de trein naar Amsterdam. Ik zat tegenover een ouder stel. Een mevrouw met een zure mond en een meneer met een grote bril en een tas die hij had gekregen bij een conferentie over neurologie in 1997. Om half vijf pakte ik de trein terug naar huis. Ik keek om mij heen en dezelfde dame en heer zaten schuin tegenover mij.
Een tijdje geleden ging ik naar Haarlem. Het verliefde koppeltje dat naast mij zat, dronk een paar uur later een biertje op hetzelfde terras als ik.
Vrijdagavond liep ik met mijn collega naar een willekeurige kroeg en op dat moment stapte De Bril naar buiten, omdat hij werd gebeld.
Ik ken een meneer, niet omdat ik hem ken, maar omdat ik hem al tien jaar overal tegen kom. Niet alleen in mijn woonplaats, maar ook in andere steden. Ik heb de neiging om hem gedag te zeggen, maar ik denk niet dat hij mij kent 'van het tegen komen'.
Er is een sukkel, die ik nog uit mijn studententijd ken. Hem kom ik vaak tegen (en helaas begint hij altijd tegen mij te praten), meestal wanneer ik mijn tennisracket bij me heb.
Mijn ex-vriendjes kom ik nooit tegen, terwijl ze in de buurt wonen, boodschappen doen bij dezelfde supermarkt en in dezelfde kroegen komen als ik. Nee, een keer fietste ik een van hen bijna van de sokken. Dat was een dag nadat ik tegen een vriendin had gezegd dat ik hem niet meer gezien had sinds ik het zes jaar geleden uit had gemaakt.
Waar slaat dit op?

1 opmerking: