Overal zie ik hartjes en rozen en op elke radiozender hoor ik liefdesliedjes. Het is Valentijnsdag. Dit doet mij denken aan 14 februari 1991. Toen ik thuis kwam van school lag er een envelop voor mij klaar met daarin een enorme valentijnskaart. Van mijn vriendje Kees. Drie jaar lang hadden we verkering. We zagen elkaar een paar keer per jaar op elkaars verjaardag of in de vakanties. En als we elkaar dan zagen durfden we niets tegen elkaar te zeggen. Gelukkig was mijn vriendinnetje - zijn nichtje - er altijd bij, zodat de sfeer niet al te ongemakelijk werd. Naast Kees veroorloofde ik me ook nog andere vriendjes met wie ik elke dag op het schoolplein kon spelen. Keesje woonde immers in een andere plaats. In die tijd was dat wel gebruikelijk. Vriendje Frank van het schoolplein bijvoorbeeld had ook weer verkering met mijn vriendin. Voor het gemak schreef hij vaak één brief, bestemd voor ons allebei.
Op mijn 13e ontving ik weer een brief van Kees. Zo hielden we namelijk contact. Deze brief had een andere inhoud. Hij legde uit dat hij op vakantie een ander meisje had ontmoet en dat hij zich nu genoodzaakt voelde het met mij uit te maken. Ik zag het probleem niet zo in, maar ik vond het wel heel erg dat hij mij dumpte, in plaats van ik hem. Toen heb ik hem, heel gemeen, teruggeschreven dat ik niet eens wist dat het überhaupt nog aan was. Dat is niet aardig en ik heb hiermee dan ook elk greintje respect en contact dat we nog zouden kunnen hebben verpest.
Sindsdien heb ik heel netjes steeds maar één vriendje tegelijk gehad, maar vriendschap sluiten met een ex is me nog nooit gelukt...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten